Als je opdrachtgever wil geen zzp’ers meer inhuren, zit daar bijna altijd de handhaving op schijnzelfstandigheid achter. Sinds 1 januari 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen aan opdrachtgevers, en veel bedrijven kiezen dan de veilige route. Je hebt meer ruimte dan het lijkt, mits je weet waar de beoordeling echt over gaat.
Waarom je opdrachtgever wil geen zzp’ers meer inhuren
Het risico ligt bij hem, niet bij jou. Als de Belastingdienst vaststelt dat jullie samenwerking eigenlijk een dienstverband is, krijgt de opdrachtgever een naheffing loonheffingen over de betaalde facturen. Jij houdt in de meeste gevallen je geld, hij betaalt bij. Dat verklaart waarom de reflex bij inkoop en HR is om helemaal te stoppen met inhuur.

Daar komt bij dat de regels de laatste twee jaar drie keer zijn verschoven. Het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is in maart 2026 ingetrokken, er komt een Zelfstandigenwet voor in de plaats, en het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is inmiddels aangenomen maar nog niet in werking. Wie geen jurist in dienst heeft, kiest bij zoveel beweging voor nul risico.
Het derde stuk is intern. Een inkoopafdeling die één keer een naheffing heeft gehad, of die van een branchegenoot heeft gehoord, schrijft een beleid dat geen uitzonderingen kent. Dat beleid is meestal breder dan de wet vereist, en dat is precies de ruimte waarin jij kunt onderhandelen.
Wat er sinds 2025 is veranderd in de handhaving
Tot 2025 gold een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst kon alleen ingrijpen bij kwaadwillendheid. Dat is voorbij. Sinds 1 januari 2025 gelden de gewone regels, en geeft de dienst geen waarschuwing meer vooraf.
| Periode | Wat de Belastingdienst kan doen |
|---|---|
| Tot 2025 | Alleen ingrijpen bij aantoonbare kwaadwillendheid |
| 2025 | Volledige handhaving, correcties en naheffing, maar geen verzuim- of vergrijpboetes |
| Vanaf 2026 | Ook vergrijpboetes, bij opzet of grove schuld |
| Terugwerkende kracht | Niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij kwaadwillendheid |
Die laatste regel is voor jouw gesprek de belangrijkste. Een opdrachtgever die vandaag begint met inhuur en het netjes inricht, loopt geen risico over het verleden. De angst voor een naheffing over tien jaar samenwerking is bij een nieuwe opdracht dus niet terecht.
Wat de Belastingdienst beoordeelt, is niet je contract maar je praktijk. Werk je onder gezag, moet je het werk persoonlijk doen, en is er sprake van loon? Die drie samen maken een dienstverband. In de gezagsverhouding bij zzp’ers staat waar de grens in de praktijk ligt.
De drie routes die je krijgt aangeboden
Als de deur voor inhuur dichtgaat, komt er meestal een alternatief op tafel. Er zijn er drie, en ze verschillen flink in wat ze je opleveren.
Route 1: via een payroll- of detacheringsbureau
Je blijft hetzelfde werk doen, maar je komt op de loonlijst van een tussenpartij. De opdrachtgever koopt het risico af. Voor jou betekent het loonheffing, vakantiegeld en pensioenopbouw, maar ook een lager netto uurtarief omdat het bureau een marge van vijftien tot twintig procent rekent.
Reken het door voordat je ja zegt. Je verliest je ondernemersaftrek, dus de vergelijking loopt niet via je bruto tarief maar via wat er netto overblijft. Met het uurtarief berekenen zie je welk brutoloon gelijkstaat aan jouw huidige tarief.
Route 2: een tijdelijk arbeidscontract
Let bij dit aanbod op de ketenregeling. Een werkgever mag je nu maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar geven, met een tussenpoos van zes maanden voordat de keten opnieuw begint. Daarna ontstaat een vast dienstverband. Per 1 januari 2028 wordt die tussenpoos verlengd naar drie jaar, waardoor de draaideur van tijdelijk werk grotendeels dichtgaat. Vraag dus expliciet wat het voornemen na afloop is, anders sta je over een jaar op hetzelfde punt.
Sommige opdrachtgevers bieden een contract voor bepaalde tijd aan. Dat is voor jou het meest zeker en voor hen het duurst. De vraag is of je één klant wilt inruilen voor één werkgever, want daarmee zet je je ondernemerschap voor de fiscus op losse schroeven als je later weer terug wilt.
Route 3: de samenwerking anders inrichten
Dit is de route die het minst vaak op tafel komt en die het vaakst kan. Niet de vorm van de overeenkomst veranderen, maar de praktijk: resultaatafspraken in plaats van uren, eigen werktijden, eigen materiaal, en de vrijheid om je te laten vervangen. Zie de DBA-proof opdrachtovereenkomst voor hoe je dat vastlegt.
Wat de overstap naar payroll je netto kost
Het aanbod klinkt vaak redelijk, tot je het narekent. Neem een tarief van €75 per uur en 1.400 declarabele uren. Als zzp’er is dat €105.000 omzet, en na €10.000 aan zakelijke kosten blijft er €95.000 winst over. Netto hou je daar met de tarieven van 2026 ongeveer €61.600 van over, na belasting en de bijdrage Zorgverzekeringswet.
Ga je via een payrollbureau, dan gaat er eerst een marge van pakweg 18 procent af, en daarna nog ongeveer een kwart aan werkgeverslasten. Van die €75 blijft dan grofweg €46 bruto uurloon over, oftewel €64.400 per jaar. Netto is dat ongeveer €46.300, en dan heb je wel vakantiegeld, pensioenopbouw en doorbetaling bij ziekte.
Het verschil van ruim vijftienduizend euro is dus niet gratis verlies: je koopt er zekerheid mee terug die je als zzp’er zelf moest regelen. Maar het is wel het bedrag waarover je onderhandelt. Vraag of het tarief omhoog kan om de marge van het bureau te dekken, want dat is voor de opdrachtgever vaak goedkoper dan de opdracht helemaal opnieuw uitzetten.
Wat je kunt aanvoeren in het gesprek
Begin niet met de wet, maar met het risico van je opdrachtgever. Hij wil weten dat hij geen naheffing krijgt. Alles wat je aandraagt moet dat punt raken, anders klinkt het als een zzp’er die zijn tarief wil beschermen.
Laat zien dat je meer klanten hebt. Een zzp’er met drie opdrachtgevers in een jaar is voor de Belastingdienst een heel ander geval dan iemand die al vier jaar veertig uur per week bij dezelfde partij zit. Werk je nu bij één klant, dan is dit het moment om daar iets aan te doen. In klanten werven als zzp’er staan de kanalen die het snelst werken.
Bied een afgebakende opdracht aan. Een offerte voor een resultaat met een begin- en einddatum is iets anders dan een opengelaten uurtjes-factuur. Ook al is het bedrag hetzelfde, de vorm vertelt een ander verhaal bij een controle.
Neem de checklist mee. Loop met je contactpersoon de punten langs die de Belastingdienst weegt, in plaats van te discussiëren over of het wel of niet mag. Onze DBA-checklist is daarvoor gemaakt en past op één A4.
En noem het rechtsvermoeden alleen als je tarief hoog genoeg is. Werk je onder de grens van 38 euro per uur, dan werkt dat argument tegen je zodra de wet in werking treedt. Zie het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief.
Wanneer je beter kunt weglopen
Dat je opdrachtgever wil geen zzp’ers meer inhuren is soms geen misverstand maar een terechte conclusie. Niet elke opdracht is te redden en soms is dat maar goed ook. Als de opdrachtgever eist dat je je uren doorgeeft aan een teamleider, je vakantie moet aanvragen en verplicht bij het werkoverleg zit, dan is het gewoon een baan. Dan is de vraag niet hoe je het als inhuur volhoudt, maar of dat contract voor bepaalde tijd niet gewoon beter is.
Een tweede signaal is een opdrachtgever die de risico’s op jou wil afwentelen. Een vrijwaringsclausule waarin staat dat jij een eventuele naheffing loonheffingen vergoedt, is in de praktijk lastig hard te maken, maar het zegt wel iets over de verhouding. Hetzelfde geldt voor een tarief dat pas na drie maanden wordt uitbetaald.
En let op je eigen spreiding. Als één klant meer dan zeventig procent van je omzet is, ben je kwetsbaar voor precies dit soort beleidswijzigingen, los van wat de Belastingdienst ervan vindt. Dat is een ondernemersrisico, geen fiscaal risico.
Zo maak je je opdracht wél houdbaar
Vier dingen wegen zwaar, en ze zijn alle vier in je eigen hand. Werk voor je eigen rekening en risico: een aansprakelijkheidsverzekering en garantie op je werk horen daarbij. Bepaal zelf hoe je het werk doet, ook als je afstemt over wanneer het klaar moet zijn.
Zorg dat je je kunt laten vervangen, ook als je het nooit doet. Een clausule die vervanging toestaat na overleg is voldoende, zolang die niet in de praktijk wordt geblokkeerd. En factureer per opdracht of per resultaat, met een specificatie die laat zien wat je hebt opgeleverd.
Een modelovereenkomst kan helpen om die afspraken op papier te krijgen, maar het is geen vrijbrief. De Belastingdienst kijkt naar de feitelijke situatie, niet naar de tekst. In de modelovereenkomst van de Belastingdienst staat wat zo’n overeenkomst wel en niet regelt.
Blijf tot slot bijhouden hoe je werkt. Een map met offertes, opleveringen en facturen van meerdere klanten is bij een controle meer waard dan welke contractclausule ook. Wat er precies onder schijnzelfstandigheid valt staat in schijnzelfstandigheid in 2026.
Veelgestelde vragen
Mag een opdrachtgever weigeren om met zzp’ers te werken?
Ja. Een opdrachtgever bepaalt zelf hoe hij werk inkoopt en mag besluiten alleen nog via loondienst of via een bureau te werken. Je kunt dat niet afdwingen, alleen proberen zijn risico-inschatting bij te stellen.
Krijg ik zelf een boete als de samenwerking schijnzelfstandigheid blijkt?
De naheffing loonheffingen gaat naar de opdrachtgever. Voor jou zit het gevolg in de inkomstenbelasting: je ondernemersaftrek kan vervallen als je niet meer als ondernemer wordt gezien, en dan volgt een correctie op je aangifte.
Hoe ver terug kan de Belastingdienst naheffen?
Niet verder terug dan 1 januari 2025, behalve bij kwaadwillendheid of als een eerdere aanwijzing is genegeerd. In die gevallen kan het tot vijf jaar terug. Dat maakt een nieuwe, goed ingerichte opdracht een stuk minder riskant dan opdrachtgevers vaak denken.
Helpt een modelovereenkomst om mijn opdrachtgever te overtuigen?
Als gespreksmiddel wel, als garantie niet. De Belastingdienst beoordeelt hoe jullie in de praktijk werken. Een overeenkomst die niet wordt nageleefd, biedt geen bescherming, en dat weten inkoopafdelingen inmiddels ook.
Is payroll een goede oplossing als tussenweg?
Het houdt de opdracht in de lucht, maar het kost je meestal vijftien tot twintig procent van je tarief aan bureaumarge, plus je ondernemersaftrek. Reken het netto door voordat je akkoord gaat, en vraag of het tarief omhoog kan om het verschil te dekken.
Wat als ik maar één opdrachtgever heb?
Dan is je positie het zwakst, zowel fiscaal als commercieel. Zoek een tweede klant, ook als die klein is. Meerdere opdrachtgevers is een van de duidelijkste signalen van ondernemerschap en het maakt je minder afhankelijk van één inkoopbeleid.
Bronnen
De regels en datums in dit artikel zijn gecontroleerd op 27 augustus 2026 bij de officiële bronnen hieronder en worden bijgewerkt als de handhaving verandert.
- Belastingdienst, handhaving arbeidsrelaties: boetes vanaf 2026 en de terugwerkende kracht tot 1 januari 2025
- Rijksoverheid, zelfstandigen zonder personeel: stand van de wetgeving rond zzp en schijnzelfstandigheid
- KVK, wet DBA: waar opdrachtgever en opdrachtnemer samen op moeten letten
- Rijksoverheid, tijdelijk naar vast contract: de ketenregeling en de tussenpoos die per 2028 verandert
Gerelateerd
Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen fiscaal advies. Raadpleeg een adviseur voor jouw specifieke situatie.