Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is geen wetsvoorstel meer. De Eerste Kamer nam het op 16 juni 2026 aan en op 29 juni verscheen de wet in het Staatsblad. Verdien je minder dan 38 euro per uur, dan hoef jij straks niet te bewijzen dat je werknemer bent: je opdrachtgever moet aantonen dat je dat niet bent. De ingangsdatum wordt bij koninklijk besluit bepaald en staat nog niet vast.
Voor de meeste zzp’ers verandert er vandaag nog niets. Maar opdrachtgevers gaan hun inhuurbeleid nu opnieuw bekijken, en dat merk je aan de onderhandelingstafel voordat de wet in werking treedt.
| Wat | Stand van zaken | Bron |
|---|---|---|
| Aangenomen Tweede Kamer | 21 april 2026 | eerstekamer.nl |
| Aangenomen Eerste Kamer | 16 juni 2026 | eerstekamer.nl |
| Staatsblad | 29 juni 2026, nr. 158 | eerstekamer.nl |
| Tariefgrens | 38 euro per uur, peildatum 1 januari 2026 | rijksoverheid.nl |
| Inwerkingtreding | bij koninklijk besluit, datum nog niet vastgesteld | eerstekamer.nl |
Wat is er precies aangenomen?
Het gaat om wetsvoorstel 36.783, de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De naam is een mondvol, de inhoud is kort: onder een bepaald uurtarief wordt aangenomen dat je een arbeidsovereenkomst hebt, tenzij je opdrachtgever het tegendeel bewijst.
Dit onderdeel hoorde oorspronkelijk bij de Wet VBAR. Het kabinet trok in maart 2026 het verduidelijkingsdeel van die wet in, het stuk dat zou vastleggen wanneer iemand zelfstandige is en wanneer werknemer. Dat besluit staat in ons bericht over de ingetrokken Wet VBAR. Het rechtsvermoeden bleef wel overeind en is als losse wet doorgegaan.
De omkering van de bewijslast is het hele punt. Nu moet een zzp’er die vindt dat hij feitelijk in loondienst werkt dat zelf aannemelijk maken bij de rechter. Dat is duur en het duurt lang, en daarom gebeurt het bijna nooit. Met het rechtsvermoeden hoeft die zzp’er alleen aan te tonen dat zijn tarief onder de grens ligt. Daarna is de opdrachtgever aan zet.

Wanneer gaat het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief in?
Dat is het eerlijke antwoord: nog niet bekend. De wet treedt in werking op een datum die bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, en dat besluit kan per onderdeel verschillen. De Eerste Kamer noemt geen datum. Ondernemersplein houdt rekening met 1 januari 2027, maar dat is een verwachting en geen vastgesteld feit.
Ook het exacte bedrag ligt nog niet vast. In het wetsvoorstel staat 38 euro per uur met peildatum 1 januari 2026, en het bedrag beweegt mee met het wettelijk minimumloon. Welk bedrag er bij invoering geldt, wordt bij ministeriële regeling bepaald. Reken dus niet op 38 euro als een grens die tot in lengte van jaren blijft staan.
Wat je hier wel uit kunt halen: de richting ligt vast en de politieke discussie erover is voorbij. Beide Kamers zijn om, de handtekening staat eronder. Dat is precies waarom opdrachtgevers nu al beginnen te schuiven.
Wat betekent het rechtsvermoeden voor je tarief?
Voor jou als zzp’er is het rechtsvermoeden bedoeld als bescherming. In de praktijk werkt het vooral als een signaal richting je opdrachtgever, en dat kan twee kanten op vallen.
De ene kant: opdrachtgevers die nu onder de grens inhuren, gaan hun tarieven verhogen om buiten het bereik van de regeling te blijven. Dat zie je het eerst in sectoren waar veel op uurbasis wordt ingehuurd tegen een krap tarief, zoals zorg, schoonmaak, pakketbezorging en horeca.
De andere kant: dezelfde opdrachtgever besluit dat het hem te ingewikkeld wordt en zet de klus om in een tijdelijk dienstverband of geeft hem aan een uitzendbureau. Dan verdwijnt de opdracht, ook al was jij tevreden met de constructie.
Welke kant het opgaat hangt af van hoe schaars jouw werk is. Kun je makkelijk worden vervangen, dan zit je in de tweede groep. Kun je dat niet, dan heb je er een argument bij om je tarief te verhogen. Reken eerst uit wat je feitelijk nodig hebt met de uurtariefcalculator, want een tarief verdedigen gaat een stuk makkelijker met een onderbouwing erbij dan met een gevoel.
Rekenvoorbeeld: onder en boven de grens
Stel je werkt 1.300 declarabele uren per jaar. Bij 36 euro per uur is dat 46.800 euro omzet. Daar gaan je kosten vanaf, zeg 6.000 euro voor verzekeringen, software, boekhouding en je auto. Je winst komt op 40.800 euro.
Til je datzelfde werk naar 40 euro per uur, dan is de omzet 52.000 euro en de winst 46.000 euro. Ruim vijfduizend euro verschil, bij precies hetzelfde aantal uren. En je zit dan boven de grens, dus het rechtsvermoeden komt niet in beeld.
Wat het je netto oplevert hangt af van je aftrekposten en je schijf. In hoeveel belasting je als zzp’er betaalt staat de berekening stap voor stap, inclusief de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling.
Wat het rechtsvermoeden niet is
Er gaan drie misverstanden rond die het waard zijn om recht te zetten.
Het is geen minimumtarief. Je mag gewoon minder dan 38 euro per uur vragen en er staat geen boete op. De wet verbiedt niets; hij verplaatst alleen de bewijslast in een procedure.
Het is geen onderdeel van de Wet DBA. De handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid loopt sinds 1 januari 2025 en staat hier helemaal los van. Dat is fiscaal recht, het rechtsvermoeden is arbeidsrecht. Hoe die handhaving eruitziet staat in ons artikel over schijnzelfstandigheid in 2026.
Het gaat niet vanzelf. Het rechtsvermoeden werkt alleen als jij het inroept. Blijf je zwijgen, dan gebeurt er niets. Het is een instrument dat je kunt gebruiken, geen automatische herclassificatie van je opdracht.
Wat je nu kunt doen
Drie dingen, en geen ervan kost meer dan een uur.
Kijk eerst wat je feitelijke uurtarief is, niet je afgesproken tarief. Als je een vaste projectprijs rekent, deel die dan door de uren die je er echt in stopt. Veel zzp’ers zitten lager dan ze denken, en dat is precies de groep waar deze wet over gaat. In de ondergrens voor zzp-tarieven staat hoe die grens is opgebouwd.
Kijk daarna naar hoe je werkt, niet naar wat er in je contract staat. Vaste werktijden, instructies over je werkwijze en geen eigen ondernemersrisico wegen zwaarder dan welke clausule dan ook. De checklist voor starten als zzp’er loopt die punten langs.
Zit je onder de grens en wil je dat veranderen, breng het dan nu ter sprake bij je opdrachtgever en niet pas als de wet ingaat. Wie als eerste een gesprek voert over tarief heeft een betere positie dan wie wacht tot zijn opdrachtgever met een voorstel komt.
Veelgestelde vragen
Is het rechtsvermoeden al van kracht?
Nee. De wet is aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad, maar treedt pas in werking op een datum die bij koninklijk besluit wordt bepaald. Die datum is nog niet vastgesteld. Tot dan verandert er juridisch niets aan je positie.
Geldt de grens van 38 euro straks nog steeds?
Dat is het bedrag uit het wetsvoorstel, met peildatum 1 januari 2026. Het beweegt mee met het wettelijk minimumloon, en welk bedrag bij invoering geldt wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Reken op een bedrag rond de 38 euro, niet op precies dat getal.
Mag ik onder de 38 euro per uur blijven werken?
Ja. Er is geen wettelijk minimumtarief en er staat geen boete op een laag tarief. Het enige gevolg is dat jij makkelijker een dienstverband kunt opeisen en dat je opdrachtgever dan moet aantonen dat daar geen sprake van is. Of je onder de 38 euro zit, hangt sterk af van je vak: sommige beroepen zitten daar standaard onder, andere ver erboven. Zie de tarieventabel per beroep voor een vergelijking.
Wat moet mijn opdrachtgever bewijzen?
Dat er geen arbeidsovereenkomst is. Hij zal dus moeten laten zien dat jij je eigen werktijden bepaalt, je eigen materiaal gebruikt, je kunt laten vervangen en zelf ondernemersrisico draagt. Wat er in het contract staat weegt daarbij minder zwaar dan hoe het in de praktijk gaat.
Bronnen
De cijfers en regels in dit artikel zijn gecontroleerd op 23 augustus 2026 bij de onderstaande officiele bronnen.
- Belastingdienst, zelfstandigenaftrek: bedrag van de zelfstandigenaftrek
- Belastingdienst, MKB-winstvrijstelling: percentage van de vrijstelling
- Belastingdienst, werken met zzp’ers: handhaving en modelovereenkomsten
Gerelateerd
Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen fiscaal advies. Raadpleeg een adviseur voor jouw specifieke situatie.