De belastingdienst hanteert een uurtarief van €38 als indicatieve tarief ondergrens ZZP’ers in 2026. Werk je structureel onder dat bedrag, dan geldt een rechtsvermoeden van werknemerschap: de bewijslast wordt omgekeerd en jij en je opdrachtgever moeten aantonen dat er geen dienstbetrekking is. In dit artikel lees je hoe die ondergrens werkt binnen de Wet DBA, welke risico’s eraan vastzitten en hoe je je beschermt.
- Tarief ondergrens ZZP en DBA: wat houdt het rechtsvermoeden in?
- Hoe werkt het rechtsvermoeden van werknemerschap?
- Risico’s bij een tarief onder de ondergrens
- Wanneer mag je als ZZP’er goedkoper werken?
- Wat verandert er door de Wet DBA in 2025 en 2026?
- Hoe bescherm je jezelf als ZZP’er bij een laag tarief?
- Praktijkvoorbeelden: tarief en DBA-risico
- Wat gebeurt er bij een boekenonderzoek over jouw DBA-situatie?
- DBA en de opdrachtgever: gedeelde verantwoordelijkheid
Tarief ondergrens ZZP en DBA: wat houdt het rechtsvermoeden in?
Bij de invoering van de Wet DBA en de handhaving die per 2025 volledig is hervat, heeft de rijksoverheid een “rechtsvermoeden” opgenomen voor laag betaalde ZZP-arbeid. Als een zelfstandige minder verdient dan €38 per uur in 2026 (rijksoverheid.nl), geldt er een rechtsvermoeden van werknemerschap.
Dat betekent niet dat je automatisch werknemer bent. Maar de bewijslast wordt omgekeerd: jij én je opdrachtgever moeten gezamenlijk aantonen dat er géén dienstbetrekking is. In de praktijk maakt dit een tariefondergrens-situatie kwetsbaar bij een boekenonderzoek.
In 2025 gold nog €32,24 als grenswaarde; per 2026 is de ondergrens verhoogd naar €38 per uur. De verwachting is dat dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd aan de hand van loonontwikkelingen.

Hoe werkt het rechtsvermoeden van werknemerschap?
Het rechtsvermoeden werkt als een juridisch instrument dat de belastingdienst en de rechter kunnen inzetten. Als je structureel onder de €38 per uur werkt, wordt aangenomen dat je mogelijk werknemer bent, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
De gevolgen bij een geslaagd boekenonderzoek kunnen zijn:
- De opdrachtgever wordt aangeslagen voor loonheffingen (loonbelasting + premies werknemersverzekeringen) over de betaalde vergoedingen
- Jij kunt de zelfstandigenaftrek en de MKB-vrijstelling verliezen over de betreffende periode
- Naheffingen en boetes kunnen volgen, met een terugwerkende kracht van maximaal 5 jaar bij reguliere beoordeling
- Bij opzet of fraude kan de belastingdienst 12 jaar terugkijken
Het rechtsvermoeden is een extra indicator, geen absolute grens. De belastingdienst kijkt altijd naar de totale situatie: is er gezag, werkt de ZZP’er persoonlijk, en is er sprake van loon? Lees meer over de gezagsverhouding bij ZZP.
Risico’s bij een tarief onder de ondergrens
Een laag tarief is op zichzelf geen bewijs van schijnzelfstandigheid, maar het vergroot de kans op een kritische beoordeling aanzienlijk. De risico’s stapelen op als er meerdere factoren tegelijk aanwezig zijn:
- Je werkt uitsluitend voor één opdrachtgever (geen spreiding)
- Je werkt op instructie en onder toezicht van de opdrachtgever
- Je werkt op de locatie van de opdrachtgever, met hun materialen en apparatuur
- Je taken zijn niet te onderscheiden van die van vaste werknemers bij dezelfde opdrachtgever
- Je hebt geen andere klanten en doet geen eigen acquisitie
- Er is geen schriftelijke opdrachtovereenkomst of de overeenkomst beschrijft geen duidelijk resultaat
Als meerdere van deze factoren van toepassing zijn, is het risico op herclassificatie als werknemer reëel – ook als je boven de €38 zit. Omgekeerd: een tarief onder €38 is minder problematisch als je aantoonbaar ondernemersrisico loopt, meerdere opdrachtgevers hebt en vrij bent in je werkwijze.
Wanneer mag je als ZZP’er goedkoper werken?
Er zijn situaties waarbij een tarief onder €38 een lager risico met zich meebrengt:
Startende ZZP’ers
Wie net start als zelfstandige, hanteert bewust een lager tarief om klanten te winnen. Dat is begrijpelijk en acceptabel, mits je aantoonbaar ondernemer bent: je werkt voor meerdere opdrachtgevers, je bepaalt zelf hoe je het werk uitvoert, en je bouwt actief aan je klantenbestand. Documenteer dit zorgvuldig. Een tijdelijk laag tarief bij een duidelijk startersprofiel is minder kwetsbaar dan een jarenlang laag tarief bij één vaste opdrachtgever.
Projectmatig werk
Bij een duidelijk afgebakende opdracht met een concreet eindproduct (een rapport, een website, een systeem) en waarbij jij bepaalt hoe je het uitvoert, spreek je van een resultaatsverplichting. Dat is een sterk kenmerk van zelfstandigheid. Een projectcontract met vaste afleverdatum en een omschreven deliverable versterkt je positie bij de belastingdienst aanzienlijk.
Sectoren met lagere markttarieven
In sommige sectoren, zoals de creatieve sector, culturele sector of bepaalde zorgsectoren, is een tarief van €38 niet de gangbare norm. De belastingdienst houdt bij haar beoordeling ook rekening met de context en de sector. In zulke sectoren is extra documentatie van je ondernemerschap des te belangrijker: meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie, een zakelijke website en facturen op naam van je onderneming. Wat vakgenoten in zo’n sector daadwerkelijk vragen, staat in de tarieventabel per beroep.
Wat verandert er door de Wet DBA in 2025 en 2026?
De Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is al langer van kracht, maar er was jarenlang een moratorium op handhaving. Dat moratorium is per 1 januari 2025 opgeheven. De belastingdienst handhaaft nu volledig, wat in de praktijk betekent:
- Boekenonderzoeken bij opdrachtgevers worden weer actief ingezet
- Signalen via andere bronnen (UWV, inspectiediensten) worden opgevolgd
- Opdrachtgevers die ZZP’ers inzetten worden gevraagd hun inhuursituaties te beoordelen
- Naheffingen bij geconstateerde schijnzelfstandigheid worden opgelegd aan de opdrachtgever
Naast de DBA werkt de overheid ook aan de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR), die de criteria voor zelfstandigheid verder aanscherpt en verduidelijkt. De tariefsondergrens van €38 is onderdeel van dit bredere pakket aan maatregelen.
Hoe bescherm je jezelf als ZZP’er bij een laag tarief?
Als je bewust of noodgedwongen onder de €38 per uur werkt, zijn er concrete stappen om je positie te versterken:
- Verhoog je tarief naar minimaal €38 als dat marktconform mogelijk is. Bespreek dit open met je opdrachtgever en onderbouw het met marktconforme tarieven in jouw sector.
- Werk voor meerdere opdrachtgevers – spreiding van inkomsten is een van de sterkste indicatoren van ondernemerschap. Als je minstens twee of drie actieve klantrelaties hebt, neemt het risico sterk af.
- Gebruik een goede opdrachtovereenkomst met clausules over gezag (geen instructiebevoegdheid), resultaatsverplichting en vervangbaarheid (je kunt je laten vervangen door iemand naar keuze).
- Documenteer je ondernemerschap: bijgehouden offertes, facturen aan meerdere klanten, een eigen website, eigen bedrijfsmateriaal en een zakelijke rekening.
- Gebruik een modelovereenkomst van de belastingdienst die past bij jouw type opdracht. Let op: een modelovereenkomst biedt alleen zekerheid als de feitelijke samenwerking ook overeenkomt met wat er in staat.
Twijfel je of jouw situatie risico loopt? Laat je opdrachtsituatie beoordelen door een belastingadviseur of voer de DBA compliance checklist uit als eerste stap.
Praktijkvoorbeelden: tarief en DBA-risico
Om de werking van de tariefsondergrens te illustreren, twee praktijkscenario’s:
Scenario A: laag risico ondanks tarief onder €38
Grafisch ontwerper, €32 per uur, werkt voor 6 verschillende opdrachtgevers, heeft eigen stijl en werkwijze, bepaalt zelf wanneer en hoe ze werkt, heeft een eigen studio en website. Risico: laag. Ondanks het tarief is er duidelijk sprake van ondernemerschap met spreiding, eigen risico en vrijheid.
Scenario B: hoog risico met tarief boven €38
IT-specialist, €45 per uur, werkt al 3 jaar uitsluitend voor één opdrachtgever, werkt op kantoor van de opdrachtgever 5 dagen per week, gebruikt hun apparatuur, volgt hun werkroosters en teamoverleg, heeft geen andere klanten. Risico: hoog. Ondanks het tarief boven de grens is er een sterke schijn van dienstbetrekking door de feitelijke situatie.
Dit illustreert dat de €38-grens een indicator is, geen garantie. De totale situatie blijft doorslaggevend.
Als je in een vergelijkbare situatie zit als Scenario B, is het verstandig je situatie zo snel mogelijk te beoordelen en aan te passen. Doe je dit niet, loop je het risico dat de belastingdienst de samenwerking alsnog herclassificeert. De belastingdienst kan bij een boekenonderzoek vragen om informatie over de afgelopen vijf jaar. Het is dus niet voldoende om te wachten tot de samenwerking afloopt.
Bekijk ook de volledige situatie vanuit het perspectief van je opdrachtgever. Als je opdrachtgever een naheffing krijgt, kan dat ook gevolgen hebben voor jouw toekomstige opdrachten bij die partij. Veel opdrachtgevers zijn na de hervatting van de DBA-handhaving per 2025 voorzichtiger geworden met het inhuren van zelfstandigen bij wie het tarief laag is of bij wie de samenwerking sterk lijkt op een arbeidsrelatie. Zorg dat jij in staat bent je positie te verdedigen met concrete bewijsstukken.
Wat gebeurt er bij een boekenonderzoek over jouw DBA-situatie?
Als de belastingdienst een boekenonderzoek uitvoert bij jou of jouw opdrachtgever, kijkt ze naar de feitelijke arbeidsrelatie over de onderzochte periode. Ze vraagt dan om:
- Alle opdrachtovereenkomsten en facturen die je hebt verstuurd
- Bewijs van andere klantrelaties in de betreffende periode
- Correspondentie over de uitvoering van de opdracht (e-mails, planningen, instructies)
- Bewijs dat je eigen materialen en apparatuur hebt gebruikt
- Je urenregistratie en projectadministratie
- Bewijs van eigen acquisitie: offertes aan andere partijen, je website, LinkedIn-activiteiten
De belastingdienst vergelijkt daarna de papieren situatie (wat er in de overeenkomst staat) met de feitelijke situatie (hoe het werkelijk ging). Als die twee niet overeenkomen, telt alleen de feitelijke situatie mee. Een goed opgestelde overeenkomst die de werkelijkheid onjuist beschrijft, biedt geen bescherming.
Als het boekenonderzoek leidt tot een naheffing, ontvang je een rapport met de bevindingen. Je kunt daar bezwaar tegen maken. In de bezwaarfase kun je aanvullende bewijsstukken indienen om aan te tonen dat je wel degelijk als zelfstandige werkte. Een belastingadviseur of fiscaal jurist kan je daarbij helpen. Lees meer over wat je kunt doen bij een naheffing van de belastingdienst.
Zorg dus altijd voor een goede administratie, ook als alles goed lijkt te gaan. Je kunt nooit vooraf weten wanneer de belastingdienst besluit om een boekenonderzoek te starten. Een ordelijke dossiervorming, met alle overeenkomsten, facturen en bewijsstukken van je ondernemerschap, is de beste voorbereiding op een eventueel onderzoek.
DBA en de opdrachtgever: gedeelde verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid bij DBA ligt niet alleen bij de ZZP’er. De opdrachtgever is medeverantwoordelijk voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Als de belastingdienst constateert dat er sprake is van een dienstbetrekking, worden de loonheffingen opgelegd aan de opdrachtgever. Lees meer in ons artikel over DBA en de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever.
Dit artikel is informatief bedoeld en is geen belastingadvies. Schakel bij twijfel een belastingadviseur in voor een beoordeling van jouw specifieke situatie.
Veelgestelde vragen over tarief ondergrens ZZP en DBA
Is €38 per uur een harde grens of een richtlijn?
Het is een indicatieve grens waaronder een rechtsvermoeden van werknemerschap geldt. Dat betekent dat de bewijslast omkeert, niet dat je automatisch als werknemer wordt gezien. De totale situatie blijft doorslaggevend.
Geldt de €38-grens voor alle sectoren?
Ja, de grens is generiek. Maar de belastingdienst houdt bij haar beoordeling ook rekening met de context en de sector. In sectoren waar lage tarieven de norm zijn, is extra documentatie van je ondernemerschap des te belangrijker.
Wat als ik al langdurig onder €38 werk?
Beoordeel je situatie op de overige DBA-criteria. Als je aantoonbaar ondernemer bent (meerdere klanten, eigen werkwijze, risico), is het risico beperkter. Schakel een belastingadviseur in als je twijfelt over eerdere jaren en de risico’s die je hebt gelopen.
Wordt de €38-grens geïndexeerd?
De verwachting is van wel. In 2025 was de grens €32,24 en in 2026 is die al verhoogd naar €38. Houd de publicaties van de rijksoverheid in de gaten voor de actuele stand van zaken.
Kan ik een modelovereenkomst gebruiken als mijn tarief onder €38 ligt?
Een modelovereenkomst verkleint het risico maar heft het rechtsvermoeden niet automatisch op. Je hebt aanvullende argumenten nodig: spreiding van opdrachtgevers, eigen werkwijze en aantoonbaar ondernemersrisico. Een modelovereenkomst is één onderdeel van je verweer, niet de volledige oplossing.
Bronnen
De cijfers in dit artikel komen van de volgende officiele bronnen.
Gerelateerd
Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen fiscaal advies. Raadpleeg een adviseur voor jouw specifieke situatie.